Vissen

Kom of aquarium
Een goudvis kan bijvoorbeeld in de natuur 30 cm lang worden, maar in gevangenschap blijft de goudvis vaak kleiner. De uiteindelijke lengte van een vis is afhankelijk van de verzorging, ruimte, filtering, hoeveelheid voer en het aantal vissen. Wist u dat een goudvis maar liefst 25 tot 40 jaar oud kan worden? Tropische vissen blijven vaak kleiner, maar leven het liefst in grote scholen.

Een vis heeft minimaal één liter water per centimeter volwassen lichaamslengte nodig. Een kleine glazen kom is dus niet geschikt voor het houden van goudvissen. Als u toch kiest voor een kom, neem dan een brede en grote vissenkom. Een smalle vissenkom heeft een te klein wateroppervlakte om zuurstof op te nemen. Mede hierdoor krijgt een vis sneller zuurstofgebrek. De vis hangt dan aan het wateroppervlak te happen naar zuurstof. Te veel aan voer of te veel vissen versnelt dit verschijnsel.

Een koudwateraquarium is beter geschikt voor het houden van goudvissen. Het welzijn wordt bevorderd door een groter wateroppervlakte om zuurstof op te nemen, de mogelijkheid een pomp of verlichting te installeren en de inrichting met meer plantjes en andere accessoires. Bovendien is het eenvoudiger om een groter aquarium biologisch in evenwicht te houden. Bij een tropisch aquarium is dit vanzelfsprekend.

Inrichting
Een aquarium wordt minimaal ingericht met grind, waterplanten en een decoratie bestemd voor aquaria. Het nieuwe grind moet goed worden uitgespoeld onder een stromende kraan, totdat het water kristalhelder is. Voor het behoud van levendige aquariumplanten is het aan te raden om eerst een voedingsbodem in het aquarium te leggen.

Vissen eten veel en woelen in de bodem, waardoor het water snel vervuilt. Bovendien worden er vaak te veel vissen in een bak gehouden. Het gebruik van een pomp is aan te raden. Een pomp zuivert het water en zorgt voor circulatie. In de zomer kan een pomp of een zuurstofschelp het zuurstofgehalte verhogen. Warm water bevat minder zuurstof dan koud water.

Plaats
Een plaats voor het raam, naast deuren of een onstabiele ondergrond is niet geschikt voor een aquarium of kom. De juiste plaats is op een rustige en ver van het raam verwijderde plek waar u de vissen toch kunt zien.

Overwennen
De nieuwe vis(sen) krijgt u mee in een plastic zak. Deze zak hangt u in het water. Na ongeveer tien minuten voegt u wat water uit het aquarium aan het water in de zak toe. Dit mag twee keer vijf minuten, zodat de hoeveelheid water in de zak minimaal is verdubbeld. Op deze manier went de vis aan de watersamenstelling en temperatuur van uw aquarium. Na het overwennen kan de vis in het aquarium worden vrij gelaten. Het is beter om het water uit de zak niet aan uw aquariumwater toe te voegen.

Voeding
Vissen zijn koudbloedige dieren die zich aanpassen aan de omgevingstemperatuur. Bij temperaturen onder de tien graden eten vissen niet. En bij hogere temperaturen zijn vissen actiever en hebben meer voeding nodig.

Vissen zijn regelmatige eters en moeten dus dagelijks worden gevoerd. Meerdere keren per dag enkele vlokken of korrels is voldoende. Een sluierstaart mag niet van het oppervlak eten. Anders krijgt deze vis te veel lucht binnen, waardoor problemen met de zwemblaas ontstaan. Zinkende korrels voorkomen dat de sluierstaart raar gaat zwemmen door te veel lucht in de zwemblaas.

Afwisseling van voer vergroot de vitaliteit en vruchtbaarheid van vissen. Naast het vlokkenvoer of granulaat kunt u levend voer geven, zoals levende, gedroogde of diepgevroren watervlooien, muggenlarven of tubifex. Bovendien eten veel vissen van bepaalde waterplanten, zoals waterpest.

Verzorging
Ontlasting, voedselresten en plantenresten rotten op de bodem. Dit proces levert ammoniak op. Bacteriën verwerken deze stof met behulp van zuurstof via nitriet tot het minder schadelijke nitraat. Nitraat is voeding voor planten en algen. Te hoge concentratie nitraat leidt tot vermeerderde algengroei en gaat ten koste van de slijmhuid op de vis. Deze beschermlaag wordt aangetast, waardoor de vis gevoeliger is voor ziekten. Door regelmatig water te verversen, beperkt te voeren en te zorgen voor verse planten blijft de nitraatspiegel binnen aanvaardbare grenzen. De waarden van het water kunnen worden gemeten met verschillende tests.

Regelmatig water verversen voorkomt dus veel problemen. Een deel van het water wordt vervangen door kraanwater verrijkt met een waterbereider. Bovendien heeft het nieuwe water dezelfde temperatuur als het oude water. Waterbereider bindt de metalen en neutraliseert chloor, zodat het agressieve leidingwater geschikt wordt voor vissen.

Voor een aquarium is het voldoende om eens per week 25% van het water te vervangen. Dit is afhankelijk van het aantal vissen, grootte van het aquarium en de capaciteit van de pomp. Met een ‘stofzuiger’ of een slang kunt u eenvoudig het vuil van de bodem zuigen.

Een goede methode voor het verschonen van de viskom is de volgende: doe de vis met de bovenste helft van het oude water in een schone bak. Eventueel kan het water door een netje worden gegoten om te zuiveren. Maak vervolgens de kom met toebehoren schoon met lauw water. Doe vervolgens het grind, de decoratie en het behandelde leidingwater in de schone viskom. Tot slot kan de vis voorzichtig met het oude water en het plantje terug in de kom.

Gebruik een pluk aquariumwatten of een sponsje dat alleen voor het verschonen van de viskom of aquarium wordt gebruikt. Er mogen absoluut geen schoonmaakmiddelen of chloor worden gebruikt bij het schoonmaken.

Ziekten
Gezonde vissen zijn actief en eten goed. Aan de stand van de vinnen kunt u zien of de vis zich lekker voelt. De vinnen staan omhoog, tenzij de vis rust of ziek is. Witte stip en schimmel zijn veel voorkomende ziekten. De omschrijving van deze en andere ziekten vindt u in verschillende boeken over aquariumvissen.

Checklist

  • Gedrag:                    actief rondzwemmend
  • Slijmhuid:                glad, doorschijnend en geen witte troebeling, wondjes of ectoparasieten
  • Schubben:               onbeschadigd en compleet
  • Vinnen:                    staan rechtop en zijn niet beschadigd
  • Ogen:                       helder en beide aanwezig
  • Neus:                       niet beschadigd