Konijn

Konijnen zijn gezelschapsdieren. Ze hebben dus veel aandacht nodig van u en het liefst van minimaal één soortgenoot. De combinatie van een gesteriliseerd vrouwtje en een mannetje is het meest succesvol. Sterilisatie van de voedster heeft de voorkeur, omdat zij gevoelig is voor baarmoedertumoren. Bovendien voorkomt het schijnzwangerschap en wisseling in haar humeur.

Huisvesting
Konijnen kunnen zowel binnen als buiten worden gehuisvest. Een konijn dat binnen heeft gezeten, kan alleen van eind mei tot eind september wennen aan het leven als buitenkonijn. Zit een konijn in de herfst tijdens het verharen buiten, dan kan het konijn met de nodige bescherming het winterse weer doorstaan.

De grootte van het verblijf is afhankelijk van het soort konijn en het aantal dieren. De minimale afmeting voor het huisvesten van één klein konijn is 120*50*50 en minstens 6 uur per dag los lopen. Hoe groter de kooi, hoe beter natuurlijk. Konijnen vervelen zich snel. In de kooi bevindt zich minimaal een ruif en een huisje. De beste plaats voor het binnenkonijn is in de woonkamer op een tafel tegen de muur. Plaats de kooi niet direct bij de verwarming, op de tocht, in de zon of op de grond. De beste plaats voor het buitenhok met nachthok is op een stevige ondergrond gezet, van de grond af en met de opening op het zuidoosten.

In de zomer kunnen konijnen (ook binnenkonijnen) in een ren op het gras staan. Aan het verse gras moeten zij langzaam wennen, anders kunnen zij last van hun darmen krijgen. Van nature graaft een konijn graag, daarom moet een ren aan de onderkant voorzien zijn van gaas. Een zandbak om te graven in het verblijf is ook een aanrader.

In de winter dient het konijn extra beschut te worden tegen kou, regen en wind. Door een extra laag stro en een deken voor het hok blijft het dier warm tijdens een winterkou. Bescherm het drinkflesje met een hoes of extra druivensuiker door het water als het vriest.

Voeding
Om darmproblemen te voorkomen, geeft u het nieuwe konijn alleen hooi en water op de eerste dag dat het bij u is. Pas vanaf de tweede dag mag het konijn juniorvoer eten. Dit is speciaal voer voor jonge konijnen met extra ondersteunende voedingsstoffen voor de werking van de darmen.

De voeding van het konijn bestaat uit drie delen: hooi, groenvoer en krachtvoer. Het grootste deel van de voeding (70%) bestaat uit hooi. Dat is ongeveer net zo veel hooi als het konijn groot is. Het konijn moet altijd hooi kunnen eten. Door het eten van hooi slijten de tanden en kiezen. Tevens draagt hooi bij aan goede spijsvertering en werkt het tegen verveling.

Verder eet het konijn groenten en een beetje fruit. Fruit zit namelijk veel suiker in. Regelmatig en gevarieerd eten van groenten en fruit is gezond. Introduceer een nieuwe groenten en fruit met kleine beetjes tegelijk en verwijder niet gegeten resten na een half uur uit de kooi. Richtlijn is minstens drie verschillende soorten per dag. In totaal gemiddeld 50 tot 100 gram per kilo lichaamsgewicht.

Daarnaast eet het konijn geëxtrudeerde brokken, konijnenkorrels of gemend konijnenvoer. Dit complete droogvoer moet in beperkte mate worden gevoerd om darmproblemen, eenzijdige voeding en overvoeding te voorkomen. Kijk daarom op de verpakking voor de aanbevolen hoeveelheid. Meestal is de richtlijn 20 gram per kilo lichaamsgewicht bij volwassen dieren. De voeding in een bal of piramide aanbieden werkt tegen verveling.

Net als cavia’s en chinchilla’s hebben konijnen twee soorten ontlasting; gewone ontlasting en nachtontlasting ofwel blindedarmkeutels. De nachtontlasting bevat waardevolle vitamine en eiwitten die weer worden opgegeten om verder verteerd te worden. Ontlasting heeft een bruine kleur en ziet er vezelrijk uit. Worden keutels zwart, kleiner of plakken zij aan elkaar, dan krijgt het konijn te veel krachtvoer of knaagsticks.

Verzorging
Elke dag moet het drinkwater worden ververst. Veelal wordt een drinkfles gebruikt. Let alleen wel op de kogel: deze kan op den duur vastzitten door kalkaanslag of voedselresten. Konijnen zelf geven voorkeur aan een drinkbakje. Nadeel is dat dit sneller vies wordt en er minder water in kan.

Minimaal eens per week moet de kooi worden schoongemaakt. Over het algemeen zijn konijnen zindelijk. Het gebruik van een speciaal toilet maakt het schoonmaken een stuk eenvoudiger. Dit hoekbakje kan dagelijks worden leeggegooid en opnieuw worden gevuld met bijvoorbeeld papierkorrels, houtkorrels of strokorrels. Dit absorbeert beter dan kranten. Gebruik geen kattenbakvulling op basis van klei. Dit kan samen klonten in de maag. De rest van de bodembedekking kan bestaan uit katoenbedding, hennepstrooisel, (gemalen) stro of houtvezel.

Controleer regelmatig de lengte van de tanden en nagels. De tanden en kiezen van het konijnen groeien hun hele leven lang door en moeten slijten door het maken van kauwbewegingen. Het knagen aan hooi, een natuurlijke knaagsteen, wilgentakjes en harde snacks is dus noodzakelijk. Indien nagels te lang zijn, moeten ze worden geknipt. Zeker als konijnen weinig op een ruwe ondergrond lopen, moet dit regelmatig worden gedaan.

In principe verzorgt een konijn haar vacht zelf. Alleen angorakonijnen en voskonijnen hebben langer haar dat in de klit kan raken. Bij deze konijnen is regelmatig borstelen noodzakelijk. Pas wel op, want konijnen hebben een hele tere huid.

Elk jaar moet het konijn een inenting tegen Myxomatose en VHD1 krijgen. VHD2 wordt vaak elk half jaar gegeven. Dit zijn ziekten die konijnen over het algemeen niet overleven. Maak hiervoor een afspraak bij uw dierenarts.

Aandacht
De eerste dagen heeft het konijn nodig om te wennen aan de nieuwe kooi en de andere omgeving. Laat het nieuwe konijn zo veel mogelijk met rust en pak het niet op. U kunt het vertrouwen winnen door tegen het konijn te praten en het dier te lokken met iets lekkers uit de hand. Laat het konijn naar u toekomen: jaag dus nooit achter het konijn aan.

Konijnen houden niet van oppakken. Een jong dier geeft zich nog over, maar ouderen dieren hebben er over het algemeen een hekel aan. Pak het nooit in de buik of aan de oren. Een konijn gaat dan juist krabben en wordt angstig. Bij het optillen van een konijn is het belangrijk dat het dier goed wordt ondersteund. Met een hand op de borst met de wijs- en middelvinger om de voorpootjes heen en de andere hand aan de achterkant kunt u het konijn het beste oppakken. Vervolgens zet u het dier meteen tegen u aan of op schoot. Eigenlijk houdt een konijn er dus niet van om opgepakt te worden… Trainen om in een mand of bak te springen en vervolgens te verplaatsen, is beter. Een konijn springt uit zich zelf wel bij u op schoot. Tenminste als hij u vertrouwt.

In een kooi kan het konijn niet al haar energie kwijt. Om te voorkomen dat het konijn te dik wordt en zich verveelt, moet het dagelijks minstens zes uur loslopen. Door het loslopen langzaam op te bouwen en de kooi op de grond te zetten, kan een konijn leren de behoeften in de kooi te doen. Beloon het konijn met iets lekkers als het weer in de kooi moet. Vergeet de omgeving niet knaagbestendig te maken! Het konijn kan aan kabels, giftige planten en meubelen ed. knagen. Houd ook rekening met andere huisdieren, deuren en trapgaten. Om afleiding te bieden, kunnen er kartonnen dozen, speeltunnels en ander knaagmateriaal worden neergelegd in de kamer. U kunt er ook een leuk knutselproject van maken voor kinderen. Dat versterkt de band.

Sla een konijn nooit. Een konijn ervaart dit niet als straf, maar wordt hier alleen maar angstig van. In de natuur stampen konijnen met hun achterpoten om elkaar te waarschuwen voor gevaar. Met de hand op de tafel slaan, stampen of gewoon de stem verheffen, werkt beter om het konijn duidelijk te maken dat het iets doet dat niet door de beugel kan.

Ziekten
Door goede huisvesting, voeding en verzorging is de kans op ziekte klein. Vaak komen darmproblemen voor als gevolg van verkeerde voeding of te veel oppakken in de buik. Niet gesteriliseerde voedsters overlijden regelmatig aan baarmoedertumoren. Controleer het dier regelmatig. Als hulpmiddel kunt u de checklist uit deze folder gebruiken. Mocht het konijn zich anders gaan gedragen, raadpleeg dan altijd tijdig uw dierenarts.

Voor meer informatie over het konijn verwijzen wij u naar de verschillende boeken die te verkrijgen zijn bij de bibliotheek of dierenspeciaalzaak Brokken & Zo. “Het gelukkige konijn” of “High Five met je konijn” van Bernice Muntz zijn aanraders om te lezen.

Wetenswaardigheden
Gewicht :                               950-1650 gram van een dwergkonijn
Geslachtsrijp :                       4 – 5 maanden
Fokrijp :                                  9 – 12  maanden
Draagtijd :                             28-31 dagen
Aantal jongen :                     3-6 per worp
Zoogtijd :                               7 weken
Gem. leeftijd:                        10 jaar

Checklist

  • Gewicht:                    goed doorvoed, niet te dik
  • Leeftijd:                     minimaal 7 weken
  • Vacht:                        glanzend, geen plekken of ongedierte
  • Ogen:                        glanzend, helder en schoon
  • Oren:                         schoon, geen kale plekken of korstjes
  • Neus:                         schoon en droog
  • Tanden:                     niet te lang en de juiste stand
  • Poten:                        nagels compleet en niet te lang
  • Achterwerk:              droog en schoon
  • Ademhaling:             niet piepend of reutelend
  • Ontlasting:                harde en droge keutels
  • Geslacht :                  ram of voedster