Cavia

De cavia is een rustig en vriendelijk dier. Een echt gezelschapsdier dat veel aandacht nodig heeft van een soortgenoot van hetzelfde geslacht. Een cavia is echt heel snel eenzaam. Bij gebrek aan beter kan een dwergkonijn ook, maar zij hebben wel verschillende eetgewoonten en voedingsbehoeften.

Huisvesting
De minimale afmeting van een kooi voor het houden van twee cavia’s bedraagt 100*50*50 cm. In de kooi hoort op zijn minst een hooiruif, drinkfles en een schuilplaats thuis. Daarnaast kan het worden ingericht met bijvoorbeeld een wilgentak, snackbal of houten speeltje. Een cavia verdraagt geen tocht, volle zon of vocht. Plaats de kooi ook niet op de grond, want hier worden cavia’s angstig van. De beste plaats voor de kooi is in de woonkamer met één kant tegen de muur op een lage kast of een tafel.

Voeding
Een cavia is een echte vegetariër. Het merendeel van de voeding bestaat uit hooi. Dit zorgt voor een goede spijsvertering en het goed slijten van de tanden en kiezen. Door hooi dagelijks in de ruif te doen, blijft het schoon, vers en smakelijk.

Naast hooi eet de cavia droogvoer in de vorm van korrels, geëxtrudeerde brokjes of gemengd voer. In tegenstelling tot knaagdieren- of konijnenvoer bevat caviavoer extra vitamine C en meer voedingsstoffen afgestemd op de behoefte van de cavia. Voornamelijk vitamine C is belangrijk, omdat de cavia zelf deze noodzakelijke vitamine niet kan aanmaken. Op de verpakking staat de aanbevolen hoeveelheid vermeld. Probeer deze hoeveelheid aan te houden, zodat de cavia elke dag het bakje leeg eet. In tegenstelling tot konijnen overeten cavia’s zich meestal niet.

Twee tot drie keer per dag groenten of fruit is een goede aanvulling op het gewone voer. Introduceer nieuwe groenten en fruit met kleine beetjes tegelijk. Haal wat over is na een half uur uit de kooi om rotting te voorkomen.

Indien een cavia geen fruit en groenten eet of ziek, drachtig of zogend is, kan een vitamine C tekort optreden. Een vitamine C tekort blijkt uit gewichtsafname, stijf of huppelend lopen met bolle rug en uitstaande haren. Uiteindelijk kan zelfs verlamming optreden. Extra vitamine C kan worden gegeven in de vorm van tabletten of druppels.

Net als konijnen en chinchilla’s hebben cavia’s twee soorten ontlasting; gewone ontlasting en nachtontlasting. De nachtontlasting bevat waardevolle vitamine en eiwitten die weer worden opgegeten om verder verteerd te worden. Dit proces is te vergelijken met het herkauwen dat een koe doet.

De tanden en kiezen van een cavia blijven altijd doorgroeien. Daarom moeten ze net zo hard slijten als groeien. Voor het goed slijten knaagt de cavia aan wilgentakjes, hooi en een knaagsteen. Als extraatje kunnen verschillende lekkernijen worden gegeven. Het knagen aan de tralies doet de cavia over het algemeen niet om de tanden te slijten, maar om aandacht te vragen. Veel afleiding is dus belangrijk.

Verzorging
Dagelijks moet het water en voer worden ververst. Water in een fles blijft schoner en kan niet worden omgegooid. Het flesje moet wel regelmatig worden gecontroleerd op het vastzitten van de kogel door kalkaanzetting of voerresten. Het voerbakje dient stevig, knaagbestendig en zwaar te zijn.

De kooi moet minimaal één keer per week worden schoongemaakt. Als onderlaag kan een korrel op papier-, hout- of strobasis worden gebruikt. Deze producten hebben een goede vochtabsorptie en zijn veiliger dan kranten. De rest van de kooi wordt bedekt met een laag katoenbedding, gemalen stro of papier bedding. Cavia’s hebben wel voorkeursplekjes om te plassen, maar meestal is dat door de hele kooi heen.

De tanden en nagels moeten regelmatig worden gecontroleerd op hun lengte. Soms is het nodig dat de nagels worden geknipt met een scherpe nageltang. Als u dit liever niet zelf doet, kunt u altijd naar uw dierenarts of dierenspeciaalzaak gaan. Eventueel kunt u de vacht borstelen met een zachte borstel. Een cavia stelt dat zeer op prijs, maar alleen bij langharige cavia’s is het echt noodzakelijk.

Aandacht
De eerste dagen hebben de nieuwe cavia’s nodig om te wennen aan de nieuwe kooi en de andere omgeving. De cavia’s hebben rust nodig en mogen nog niet worden opgepakt. Na de gewenningsfase van enkele dagen kunt u de cavia’s aan u laten wennen door iets lekkers uit de hand te geven en tegen de cavia’s te praten. Als zij aan u zijn gewend, kunt u het diertje voorzichtig oppakken. Pak de cavia steeds met twee handen op. Doe de ene hand onder de schouders met de duim en vingers rond de hals. Ondersteun het achterlichaam met de andere hand, waarbij de pootjes van het dier buiten die hand vallen. Zo kan de cavia zich niet afzetten om weg te springen.

Eigenlijk biedt de kooi te weinig ruimte om energie kwijt te raken, waardoor de cavia te dik kan worden. Laat de cavia’s dus regelmatig onder toezicht vrij door de kamer lopen. Een cavia is een knaagdier en kan aan snoeren, planten e.d. knagen. Tevens kunnen andere huisdieren, deuren en trappen een gevaar vormen voor de cavia. Door de cavia telkens te belonen met iets lekkers als het in de kooi moet, wordt het eenvoudiger de cavia op te sluiten.

Ziekten
Een goede huisvesting, voeding en verzorging bevordert de gezondheid van de cavia. Controleer echter regelmatig de gezondheid aan de hand van de checklist op de volgende pagina. Mocht de cavia toch ziek worden, raadpleeg dan tijdig uw dierenarts.

Voor meer informatie over de cavia , verwijzen wij u naar de verschillende boeken die te verkrijgen zijn bij de bibliotheek of bij dierenspeciaalzaak Brokken & Zo. “De gelukkige cavia” van Bernice Muntz is een aanrader om te lezen.

Wetenswaardigheden
Gewicht :                     800-1300 gram
Geslachtsrijp :             vanaf 3-4 weken
Fokrijp :                        5-7 maanden
Draagtijd :                    65-70 dagen
Aantal jongen :            2-5 per worp
Zoogtijd :                      4 weken
Gemiddelde leeftijd :  6-8 jaar

Checklist

  • Gewicht:                   goed doorvoed, niet te dik
  • Leeftijd:                    minimaal 4 weken
  • Vacht:                       glanzend, zonder plekken of ongedierte
  • Ogen:                       glanzend, helder en schoon
  • Oren:                        schoon, geen korstjes
  • Neus:                        schoon en droog
  • Tanden:                    niet te lang, normale stand
  • Poten:                       nagels compleet en niet te lang
  • Achterwerk:             schoon en droog
  • Ademhaling:            niet piepend of reutelend
  • Ontlasting:               harde en droge keutels
  • Geslacht:                  beer (m) of zeug (v)